Eerste bijeenkomst Naamloos verdriet, 12-10-2018


De eerste bijeenkomst van ‘Naamloos verdriet’ is gehouden op vrijdagavond 12 oktober 2018 in de Maranathakerk, Frans Halslaan 21 te Woudenberg. De opening werd verzorgd door dhr. G. van het Loo. Na het zingen van Psalm 25 vers 2, een Schriftlezing uit Markus 15:15-21 en gebed, las hij een meditatie over kruisdragen. Vervolgens vertelde hij iets over het ontstaan van de vereniging ‘Naamloos verdriet’ en de huidige stand van zaken. Daarna hield ds. J. Joppe een lezing met als onderwerp : ‘Naamloos verdriet – het verlies van een kind’. Hij ging achtereenvolgens in op 1. Verschillen in naamloos verdriet; 2. Overeenkomsten in naamloos verdriet; 3. Grenzen in naamloos verdriet; en 4. Troost in naamloos verdriet. De lezing – die op deze website is na te lezen – werd afgesloten met het zingen van Psalm 121 vers 1 en 2.
Na een lange pauze waarin er gelegenheid was voor onderlinge ontmoeting konden er vragen gesteld worden. Van deze gelegenheid werd door verschillende van de 100 aanwezigen gebruik gemaakt. Hierna zongen we Psalm 39 vers 3 en 5 en ging ds. Joppe voor in dankgebed. Vervolgens was er nog gelegenheid om iets te drinken en elkaar verder te ontmoeten.
De opkomst op deze avond heeft duidelijk gemaakt dat de vereniging ‘Naamloos verdriet’ in een behoefte kan voorzien.

De collecte voor de onkosten van deze avond bracht € 

Ook hebben wij toegezegd dat het artikel mnet het interview uit het RD op de site gepubliceerd zou worden. Dit artikel is te lezen : Interview fam. Mourits.



NAAMLOOS VERDRIET     –     het verlies van een kind

 
Lezing gehouden op de eerste bijeenkomst van de vereniging Naamloos verdriet op 12 oktober 2018 te Woudenberg door ds. J. Joppe
 
Het valt niet mee om hier in een zaal vol verdriet te spreken over het verlies van een kind, ook al is dat voor mijn vrouw en mij al bijna 15 jaar geleden. Er gaat geen dag voorbij of we worden wel op de één of andere wijze aan zijn overlijden herinnerd. Ik denk bijvoorbeeld aan zijn foto in de huiskamer; aan de kast waarin we wat spullen van Christian bewaard hebben of aan de ontmoeting met jongeren die in dezelfde periode als hij geboren zijn. Als ons kind nog geleefd had, zou hij nu ook 24 jaar oud zijn…
Het verlies van een kind is diep ingrijpend. Dat geldt voor het verlies van een kind in de moederschoot, tijdens of kort na de geboorte. Het is verschrikkelijk als een wiegje leeg blijft. Maar dat geldt nog meer als je je kind ziet opgroeien en de band steeds sterker wordt, totdat het kind overlijdt. Dan komt er een naamloos verdriet in ons leven. Het is een verdriet dat zo groot is, dat we het geen naam kunnen geven. Net zoals er geen naam is voor ouders die een kind hebben verloren. Een vrouw die haar man verliest, noemen we weduwe. Een man die zijn vrouw moet begraven, is een weduwnaar. Kinderen die hun beide ouders hebben verloren, zijn wees geworden. Maar voor ons, ouders die een kind of misschien wel meerdere kinderen hebben verloren, bestaat geen naam. Het zijn ouders met een naamloos verdriet. Er is een onnatuurlijk leegte ontstaan. Er is een deel van jezelf afgescheurd en je blijft met een open wond die maar zo moeilijk dicht gaat, achter
 
Verschillen in naamloos verdriet
Eerst wil ik iets zeggen over de verschillen in naamloos verdriet en het is belangrijk om dat binnen onze nieuwe vereniging te benadrukken. Eenieder verwerkt het verlies van een kind op zijn of haar eigen manier. Ook ouders die hetzelfde kind verliezen, rouwen niet op dezelfde wijze, hoe hecht hun huwelijksband ook kan zijn. We moeten in de contacten met elkaar ons er terdege van bewust zijn dat normale rouw niet bestaat.
Het verschil kan te maken hebben met de wijze waarop we ons kind hebben verloren. Was het na een lang ziekbed zodat je weet dat je je kind moet gaan verliezen of was het geheel onverwacht? Onze Christian werd toen hij bijna één jaar was door een virus ernstig gehandicapt. Toen hebben we hem al voor een deel verloren. Negen jaar later is hij plotseling overleden en verloren we hem helemaal. Het maakt in de verwerking verschil of ons kind door een ziekte of een ongeluk om het leven is gekomen of door - en ik durf het bijna niet te zeggen omdat het zo diep ingrijpend is – suïcide.
Ook kan de leeftijd waarop ons kind overleed verschil maken in het naamloos verdriet. Woonde ons kind nog thuis, dan weten we ons meer verantwoordelijk voor het kind, dan wanneer het bijvoorbeeld op volwassen leeftijd het ouderlijk huis al had verlaten. Niet dat dan het verlies minder erg is, versta me goed, maar dit kan een verschil in verwerking veroorzaken. Ook de band die er was met het kind kan het verschil maken. Als het goed is, dienen we als ouders met elk kind een goede band te hebben, maar soms heb je met een kind een speciale band, misschien wel omdat je in hem of haar veel van jezelf herkent. Verschrikkelijk als je juist zo’n kind verliest.
De verschillen in naamloos verdriet hebben te maken met de omstandigheden waarin ons kind overleed, maar vooral met ons karakter. De één is introvert en kan er moeilijk over praten. Dan kan gedacht worden: zou hij of zij wel echt verdriet hebben? Maar we weten niet wat er vanbinnen leeft en hoe misschien wel in de binnenkamer het hart met alle vragen, boosheid en noem maar op, uitgestort wordt voor de Heere. Dan wordt het verlies van binnen verwerkt. Een ander is qua karakter meer opener en vindt het voor zichzelf belangrijk om er met anderen over te spreken. Dat helpt bij de verwerking en we hopen dat onze vereniging daarin iets mag betekenen. De ene mens is gevoeliger en emotioneler dan de ander. Er zijn tijden waarin je gelijk in tranen bent als je iets van je overleden kind tegenkomt, als iemand erover begint of als je een bezoek brengt aan het graf.
Hoewel het niet voor alle echtparen geldt, is er ook vaak verschil in verwerking tussen een man en een vrouw. In de meeste gevallen is de band tussen moeder en kind het sterkst. De moeder heeft het kind voor de geboorte zo’n 9 maanden onder haar hart gedragen en vooral op haar kwam de zorg voor het kind in de eerste levensjaren neer. Moeder is ook doorgaans meer thuis dan vader om het kind uit school op te vangen.
Een belangrijk verschil tussen mannen en vrouwen is de manier waarop ze met het verlies van een kind omgaan. Een man denkt als zijn vrouw het verdriet uit, hoe kan ik dat praktisch oplossen om te pijn van het verlies te verminderen? Een vrouw denkt allereerst: met wie kan ik over dit verdriet praten? Mannen zijn sterk gericht op een oplossing, weten hun eigen verdriet te verbergen, terwijl een vrouw veel meer het contact zoekt. Ze wil zich begrepen voelen, ze wil delen wat ze op haar hart heeft.
Wat is het belangrijk om die verschillende gevoelens te accepteren en hier met elkaar over te spreken. Zo kan er begrip voor elkaars naamloos verdriet ontstaan. Verschillen brengen dan geen schade toe aan een relatie, maar kunnen door gesprekken deze zelfs verdiepen.
Er is nog een ander verschil in naamloos verdriet en ik zeg het met schroom omdat hier vele vragen kunnen liggen. Treuren we als degenen die hoop hebben voor ons kind, want dan heeft ons naamloos verdriet een bodem, of missen we deze hoop? Toen het kind dat David bij Bathseba gekregen had, gestorven was, stond David op en waste zichzelf en kleedde zich aan. Hij mocht hoop hebben voor dit kind. Hoe anders was het bij de dood van Absalom, waar David uitriep: Mijn zoon Absalom, och dat ik voor u gestorven ware. Zelf kon hij sterven omdat hij met God verzoend was, maar Absalom niet.
Ons komt het oordeel niet toe. God is Rechter, Die beslist. Maar wat kan het een troost zijn in het verdriet te mogen geloven: ons kind mag nu eeuwig God groot maken vanwege het Borgwerk van Christus. We weten dat de Heere dat ook wel eens aan Zijn kinderen wil bekend maken, wanneer zo’n kind een goede ruil mocht doen. Als we dat niet weten, moeten we het laten rusten en in de handen van de Heere geven.
Tot slot is er nog een groot verschil in de verwerking van het verlies. Namelijk of we treuren met God of zonder God. Of we ons verdriet in zekere zin mogen kwijtraken aan de Heere of niet. Mensen zijn moeilijke vertroosters, maar de Heere troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht. Ik kom daar aan het eind van mijn lezing nog op terug.
 
Overeenkomsten in naamloos verdriet
Ondanks verschillen in naamloos verdriet zijn er ook veel overeenkomsten of herkenningspunten. Als we dat verschrikkelijke bericht horen dat ons kind niet meer leeft, - dat moment is nooit meer uit ons geheugen te wissen - brengt dat een enorme schok teweeg. Die schok is zo heftig, dat na een eerste reactie van huilen, schreeuwen, jezelf vastklampen aan iemand, er een innerlijke verdoving kan optreden. Je hebt het gevoel alsof je droomt. Het komt je allemaal zo onwerkelijk voor. Je kunt niet geloven dat hij of zij echt niet meer leeft en nooit meer iets tegen je zal kunnen zeggen. Die ontkenning treedt meestal aan het begin het sterkst op. Het gevoel van onwerkelijkheid kan later nog dikwijls terug keren. Vooral bij een plotseling sterven denkt men de eerste maanden erna altijd nog, dat hij of zij zo thuis kan komen.
Normaal gesproken gaat deze verdoving snel voorbij. De werkelijkheid dringt langzaam maar zeker tot ons door. Dat brengt een overweldigend gevoel van ontreddering met zich mee. Er worden boosheid- en schuldgevoelens geuit. Boosheid op het overleden kind zelf: Had hij nu maar zus of zo gedaan.... Boosheid op de huisarts of het ziekenhuis: Waarom is de ernstige ziekte niet eerder gesignaleerd? Boosheid op God: Waarom wordt mijn kind weggenomen? Zoals we die waarom-vragen ook in de Psalmen tegenkomen. De Bijbel is er heel eerlijk in dat ook Gods kinderen met deze moeilijke vragen worstelen. Wat kan er een moeite zijn met het kromme in het levenslot.
Ook het hebben van schuldgevoelens bij het verlies van een kind is herkenbaar. Had ik niet meer voor hem of haar kunnen doen? Had ik hem of haar niet meer moeten verdragen. Waarom ben ik enige tijd geleden zo boos op m’n kind geweest? Meestal ebt dat zelfverwijt na enige tijd weg. Iedere vader of moeder zal immers moeten zeggen, dat hij het beter of anders had kunnen doen, hoewel er zijn die er echt alles aan gedaan hebben om hun kind op het ziekbed tot het laatste toe te verzorgen. Voor hen moeten we groot respect hebben.
Rouwdragenden hebben ook grote behoefte om het te vertellen. U kent het misschien wel. Uitvoerig en gedetailleerd wordt het hele verhaal telkens weer verteld. Het zorgt ervoor temidden van de ontreddering weer een beetje grip te krijgen op de werkelijkheid. Ook het zoeken naar een verklaring of oorzaak van de dood van ons kind zorgt hiervoor.
Soms kan er bij het overlijden van een kind ook sprake zijn van opluchting. Als iemand na maanden van zware spanning, zorg en vrees bij een langdurig ziekbed is overleden, kunnen nabestaanden blij zijn met de gedachte dat er een einde is gekomen aan het lijden en verder lijden hem of haar bespaard is gebleven. Vaak is er dan een einde gekomen aan een intensieve periode van zorg. Als we weten dat iemand vrede met God mocht kennen, kan het sterven inderdaad opluchten en er werkelijk sprake zijn van over-lijden.
Velen hebben tijdens het rouwproces een periode van diepe droefheid en voelen de schrijnende pijn. Dat verdriet wordt na de eerste dagen des te sterker, omdat dan duidelijk wordt wie je mist en hoe je leven verandert. Je wordt teruggeworpen op jezelf. Het gevoel van leegte en eenzaamheid kan sterk zijn. Geen mens kan dat gat opvullen, ondanks alle goede bedoelingen. Het rouwen kan zich uiten in lichamelijke en psychische klachten. Je bent uit je evenwicht, je bent moe en hebt minder weerstand. Iemand die rouwt, is extra kwetsbaar. Loop je in het rouwproces helemaal vast, dan is het belangrijk om hulp te zoeken. We mogen bovenal hulp van de Heere verwachten, maar Hij maakt gebruik van mensen als een maatschappelijk werken of een psycholoog. Kies daarbij voor een christelijke hulpverlener die ons ook bij de geestelijke vragen kan helpen.
Op zeker moment gaan we het leven aanvaarden waar het naamloos verdriet deel vanuit maakt. We leren om het gemis een plaats in ons leven te geven, zodat het geen voortdurende belemmering vormt in het dagelijks leven. Steeds meer komt er rust en ruimte voor nieuwe dingen. Het wordt weer mogelijk om te genieten van de mooie dingen, die nog in het leven zijn overgebleven. Dat is niet gemakkelijk, want de lege plaats in het gezin en het hart blijft.
 
Grenzen van naamloos verdriet
Nadat we hebben stilgestaan bij verschillen en overeenkomsten in naamloos verdriet, willen we ingaan op grenzen van naamloos verdriet.
Hoelang duurt rouwverwerking? Kan rouw eigenlijk wel verwerkt worden? Heel wat mensen hebben moeite met het woord rouwverwerking en dat is te begrijpen. Rouwverwerking is een kil en zakelijk woord. Daar zit ook iets van wegwerken in, alsof er ooit een tijd aanbreekt, dat je het niet meer tegenkomt. Sommige mensen denken dat het slijt. Verwerken betekent echter niet vergeten. Alles wat je met je kind hebt meegemaakt en beleefd, blijft deel van je eigen leven. Er is iets van een heimwee. Dat is niet ongezond. Het geeft aan hoe we met banden van liefde aan ons kind verbonden waren. Verdriet en gemis gaan nooit over. Die ruimte in het rouwproces moeten we onszelf en elkaar ook geven. Het is zelfs zo dat we na het sterven vaak meer aan ons overleden kind denken dan tijdens zijn of haar leven. We voelen nu pas bewust welke plaats hij of zij in ons leven innam.
Toch heeft naamloos verdriet grenzen. Wat bedoel ik daarmee? Wel, we kunnen door het naamloos verdriet zo overmand worden, dat we de gordijnen sluiten en ons buiten niet meer laten zien. Al het werk laten liggen en niet meer goed voor onszelf zorgen.
Verdriet koesteren is verkeerd. Daarmee gaan we een grens over. Christelijke droefheid is gematigde droefheid. In 1651 gaf Johannes Hoornbeek een boekje uit onder de titel ‘Euthanasia of Wel-sterven’ In dit boekje geeft hij een beschrijving van het levenseinde van honderden bekende mensen, zoals Karel de Grote en Calvijn. Hij zegt in dit boekje dat in het leven van een christen zeker plaats mag zijn voor rouw, maar hij maant wel tot matigheid en ingetogenheid. Dat bedoel ik met de grenzen van naamloos verdriet.
David werd tijdens zijn grote verdriet om Absalom door Joab opgewekt om aan het werk te gaan. Het kind dat we missen kan tussen de Heere en ons in komen te staan. Zodat we over niets anders kunnen spreken en denken dan over óns kind. We kunnen ook voortdurend met ons overleden kind in gesprek zijn. Daarmee gaan we een grens over. We moeten ook oppassen dat we door het verdriet om het verlies van een kind de andere kinderen met hun eigen verdriet niet vergeten.
In zijn boekje ‘Facing Grief’(1674) in het Nederlands: ‘Al treft u ’t felst verdriet – Troost in dagen van rouw’ schrijft John Flavel dat onze droefheid heel diep mag zijn, maar dat verdriet ook te groot kan worden en zelfs zondig zijn. Als het verdriet ons afleidt of afhoudt van onze plicht en de omgang met God daardoor wordt belemmerd of onderbroken, geven we teveel toe aan ons verdriet.
 
De Heere gebruikt mensen om ons in het naamloos verdriet bij te staan. Mensen die je liefhebben, die met je meeleven, die een luisterend oor bieden. Dat moeten we niet wegstoten of het moet zijn dat we er soms geen behoefte aan hebben.
Ik zie weleens onder een rouwkaart staan: Liever geen bezoek of de begrafenis heeft in stilte plaatsgevonden. Dat kan natuurlijk allerlei redenen hebben. Toch vind ik dat jammer, want gedeelde smart is halve smart. Voor de verwerking van het verdriet en voor de omstanders is het niet goed. Toen Lazarus gestorven was, zat het huis van Maria en Martha vol. ‘Weent met de wenenden.’, lezen we in Gods Woord.
Job kreeg na die grote slag in z’n leven drie vrienden op bezoek. En toen zij van verre zijn smart zagen, hieven zij hun stem op en weenden en kwamen dichterbij. Zeven dagen lang zijn ze in Jobs grote verdriet dichtbij hem geweest en hebben gezwegen. Ze voelden wel, dat staat er ook bij, dat zijn smart groot was. De vrienden van Job zwegen en dat was misschien wel het verstandigste wat ze deden. Want toen ze gingen praten, hebben ze het hart van Job verwond, meer dan God met de slagen van de rouw.
De Heere Jezus weent als Lazarus is gestorven. En als Hij de rouwstoet uit het dorpje Naïn tegenkomt, is Hij met innerlijke ontferming bewogen met de weduwe die haar enige zoon naar het graf draagt.
 
Troost in naamloos verdriet
De Heere heeft niet alleen mensen gegeven om ons in het verdriet bij te staan, maar Hij heeft ook middelen gegeven om ons te troosten. Dan wijs ik allereerst op Gods Woord, het Troostboek bij uitnemendheid! Door het lezen van de Bijbel en de verlichting van de Heilige Geest wil de Heere troosten. Ook het gebed is daarbij onmisbaar. Stort voor Hem uit uw ganse hart. Smeek maar alles wat u ontbreekt. Maar ook door de verkondiging van Zijn Woord wil de Heere troosten.
Zo zijn er vele middelen om het verlies te kunnen dragen. Het beluisteren van de rouwdienst. Een foto van uw kind in de kamer. Een bezoek aan de begraafplaats. Een van de middelen is om weer aan het werk te gaan, hoe moeilijk dat ook is.
De grote oorzaak van troost is alleen gelegen in God. Waar is anders rust te vinden dan in de Heere? Troost van mensen is nuttig en goed, maar de overgave aan de Heere geeft alleen rust. Voor Hem mogen we ons hele hart uitstorten. Ook onze opstand en onze waaroms mogen we aan Zijn voeten neerleggen.
Wat is het belangrijk om elkaar als naamloos verdrietigen te wijzen op deze Trooster. Een ieder verwerkt rouw weer anders, zo hebben we gehoord. Kijk ook maar naar Maria en Martha. Martha gaat de Heere Jezus tegemoet, Maria blijft thuis zitten. Maar dan zien we dat Martha even later haar zuster gaat roepen: ‘De Meester is daar, en Hij roept u.’
Job heeft aan het einde van de dag, waarop hij zijn vee en al zijn tien kinderen verliest, toch niets hoeven missen van het wezenlijke geluk dat zijn hart uiteindelijk vertroostte. Want hij bezat God! En God kwijt, is pas echt alles kwijt. Maar God niet kwijt, dat betekent dat we, net zoals Job, in de diepste en grootste rouw, toch niets kwijt zijn. ‘De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen de Naam des Heeren zij geloofd.’ Dat te mogen belijden, is wat genade vermag.
Als we die enige troost in leven en sterven mogen kennen, dan weten we dat eenmaal alle rouw en droefheid voor eeuwig voorbij zal zijn. Want in de hemel zal geen rouw, geen droefheid zijn, daar zal eeuwige vreugde zijn. Daar zal God alle tranen van de ogen afwissen.